Door Hans Brans:

WIE WAS WIE

In de tijd van Sybrant Roorda?

In de theatervoorstelling ‘It Kistke fan Sybrant Roorda’ komen een aantal personen en gebeurtenissen voor waar Sybrant Roorda mee te maken had, maar die ook belangrijk waren voor de tijd waarin hij leefde – de eerste helft van de 16e eeuw. Om de voorstelling te kunnen volgen hoef je daar niet precies het fijne van te weten, maar voor wie die personen en gebeurtenissen een beetje wil plaatsen in de geschiedenis van Friesland, is het wel leuk om er wat meer van te weten. Daarom verzamelde de schrijver van het stuk wat achtergrondinformatie in de vorm van:

Vragen & Antwoorden

Wie was Viglius van Aytta?

(secretaris bij de Rijksdag van Worms)

Viglius van Aytta

Wigle van Aytta van Zwichum (1507-1577), ofwel Viglius van Aytta, werd geboren in het Barrahûs bij Wirdum als zoon van rijke boeren. Hij studeerde rechten in Leuven en in Frankrijk en had als rechtsgeleerde veel internationale contacten, o.a. met Erasmus. Net als deze was hij humanist en verdediger van een gematigd katholicisme. Hij werd een belangrijk adviseur en staatsman onder Karel V en later onder zijn zoon Filips II. Hij speelde een belangrijke rol bij de Rijksdag van Augsburg, maar was nog druk aan de studie ten tijde van de Rijksdag van Worms, waar Luther werd verbannen. Zijn rol in de voorstelling is dus niet helemaal correct. .

Zijn vriend Erasmus zei ooit tegen Viglius van Aytta:

‘Als de duivel op je sterfbed vraag: wat geloofde je? antwoord dan: ‘wat de kerk geloofde.’ En als hij dan vraagt: ‘wat geloofde de kerk?’ dan antwoord je: ‘wat ik geloofde’.

Deze uitspraak was voor Viglius Aytta aanleiding om net als Erasmus een gematigde houding aan te nemen tegen de ketters, die naar zijn idee beter met superieure argumenten overtuigd konden worden dan met de botte bijl. Na de dood van Karel V, kreeg hij het later, onder diens zoon Filips II aan de stok met de hertog van Alva, zowel vanwege diens harde vervolging van de ketters als vanwege de beruchte ‘Tiende penning’.

 

Wie was Keimpe van Martena?

Keimpe van Martena

Keimpe van Martena (1487 – 1538), geboren in Coarnjum, stamt uit een belangrijke adellijke familie in Friesland. Hij was historicus en jurist. Op last van de Staten van Fryslân  schreef hij in 1531 het Annael ofte Landboek, waarin de recente geschiedenis en de bezittingen werden beschreven. Dat was belangrijk voor een meer centraal bestuur dat Karel V wilde doorvoeren. Karel V benoemde hem tot raadsheer en sloeg hem tot ridder. Het boek werd bewaard in een kiste met drie sloten en die weer in een andere kist met drie sloten. Martena is samen met zijn vriend Sybrant Roorda namens de Staten van Friesland op de Rijkdag in Worms geweest, maar toen had hij zijn ‘Annalen’ nog niet geschreven.

 

 

 

 

 

 

Wie was Karel V?

Karel V op 15 jarige leeftijd

Karel V (1500 – 1556) was keizer van Duitsland (Het Heilige Roomse Rijk), koning van Spanje en Heer der Nederlanden. Hij was – op papier in ieder geval – een der machtigste vorsten ooit, in een rijk ‘waarin de zon nooit onderging’. Maar dat rijk was bepaald geen eenheid. Karel had dat al die losse delen van zijn rijk vooral gekregen door de huwelijkspolitiek van zijn voorouders. De Habsburgers waren ondermeer hertogen in Oostenrijk en werden veelvuldig door de keurvorsten gekozen tot keizer van het sterk verbrokkelde Duitse Rijk.  Door zijn moeder aan vaderskant had hij ook alle bezittingen van het Huis Bourgondië in Frankrijk en de Nederlanden ge-erfd. Zijn vroeg gestorven vader Filips de Schone was getrouiwd met Johanna de Waanzinnig, de dochter van de koning van Arragon en de koningin van Spanje. Zij werden de Reyos Catolicos genoemd, omdat ze erin slaagden ook de laatste moren (islamieten) uit Zuid Spanje te verdrijven. Door de ontdekkingsreizen van Columbus en anderen heersten de Spaanse koningen ook over delen van Midden en Zuid-Amerika en zelfs in Afrika en Azië. Maar Karels vader Fillips I stierf al op jongen leeftijd en toen zijn moeder het lijk van haar man door heel Spanje met zich meezeulde werd ze krankzinnig verklaard en in een klooster opgesloten. Al op zijn vijftiende werd Karel toen uitgeroepen tot koning van Spanje. Een paar jaar later nam hij ook de keizerskroon over van zijn grootvader Maximiliaan.

Het Heilige Roomse Rijk en de erflanden van Karel V tegen het eind van zijn regeerperiode.

Karel was geboren in Gent en sprak voornamelijk Frans, maar ook wel Duits en gebrekkig Nederlands (dat toch nog meer een Duits dialect was). Hij nam zijn taken zeer serieus en was op alle fronten actief: hij probeerde van de verschillende gewesten in de Lage Landen meer een eenheid te maken. Zo kocht hij Friesland (inclusief Groningen) van de hertog van Saksen en riep hij de hulp in van allerlei geleerden om het bestuur meer te stroomlijnen. In het oosten en in de Middellandse Zee streed hij voortdurend tegen de Turken, die de Balkan bezet hielden en Wenen bedreigden. Ook lag hij voortdurend overhoop met de Franse koning Frans I, die zich bedreigd voelde door de Habsburgse hegemonie. In Duitsland zelf probeerde hij bovendien de opkomende Reformatie van Luther de kop in te drukken.Karel was een gelovig christen en hij zag in priesters en vorsten die het gezag van de paus negeerden vooral bedreigingen voor de eenheid van zijn rijk.   Al die oorlogen en conflicten kosten natuurlijk veel geld, dat deels afkomstig was van de rijke steden in de Zuidelijke Nederlanden. Toen aanzienlijke kooplieden en bestuurders uit zijn geboortestad Gent weigerde om belastingen te betalen, aarzelde Karel niet om een flink aantal van hen op te laten knopen – reden waarom hij die stad nooit erg geliefd is geweest.

Karel had een goede relatie met zijn vrouw, maar op zijn vele reizen had hij desondanks de nodige minnaressen hier en daar – iets wat niet ongebruikelijk was voor heren van stand in die tijd. Zo had hij een kind verwekt bij de dochter van de poortwachter in Augsburg en een onecht kind van hem uit Gent bracht het later tot generaal. Karel kreeg op latere leeftijd last van jicht. Door zijn slechte gezondheid, het vele reizen en onafgebroken werken, was hij op zijn 55e volkomen uitgeput. Hij besloot om af te treden, iets dat zeer ongebruikelijk was in die tijd. Zijn zoon Filips (de IIe) volgde hem op in Spanje en als Heer der Nederlanden, daarin bijgestaan door zijn trouwe adviseur Willem van Oranje. De Keizerskroon en de Oostenrijkse erflanden liet hij na aan zijn broer Ferdinand. Vanaf die tijd was er een Spaanse en een Oostenrijkse tak van de Habsburgers. Hij werd begraven in Spanje als Carol I.

 

Wie was Maarten Luther?

Maarten Luther

Maarten Luther (1483-1546) was een augustijner monnik uit midden Duitsland die zich als hoogleraar in de theologie verdiepte in de Bijbel. In de Middeleeuwen werd de Bijbel alleen in een Latijnse vertaling, de Vulgaat, door priesters en geleerden gelezen. Door de uitvinding van de boekdrukkunst werd de Bijbel meer en meer in de oorspronkelijke talen gelezen: in het Hebreeuws, het Aramees en het Grieks. Luther was een van de eerste die de kennis van de Bijbel wilde verspreiden door een vertaling te maken in de volkstaal, dus in het Duits. Hij ergerde zich aan de misstanden in de Kerk die deels het gevolg waren van slechte kennis van de Bijbel, maar ook aan de corrupte van veel pauzen. Een van die misstanden was de handel in aflaten: door geld te schenken aan de kerk, konden zondaars (en wie was dat niet?) hun schulden afkopen. Het geld ging voor een groot deel naar de grootste en rijkste kerk die ooit gebouwd werd: de nieuwe Sint Pieter in Rome. In 1517 zou Luther 95 stellingen over die misstanden aan de kerkdeur van Wittenberg hebben gespijkerd. Of dat echt zo gebeurd is weten we niet. Ondanks het feit dat de paus hem in de ban deed, waren er ook vorsten die zijn verzet tegen de kerk van Rome goedkeurden. Anderen wezen het af, en dat deed ook de keizer, die door de paus gekroond was. Om de kwestie op te lossen kreeg Luther een soort vrijbrief om zich op de Rijksdag in Worms in 1521 te verantwoorden. Op zo’n Rijksdag kwamen vorsten en de bestuurders voor de keizer ‘opdagen’ om allerlei staatszaken te bespreken. Luther weigerde zijn stellingen echter te herroepen. ‘Hier sta ik, ik kan niet anders’ zou hij volgens de latere overlevering gezegd hebben, maar waarschijnlijk klopt dat niet. In ieder geval werd Luther ‘vogelvrij’ verklaard. Dat wil zeggen dat hij terug mocht, maar dat iedere lokale autoriteit hem mocht arresteren. Door de bescherming van een vorst gebeurde dat niet. Met Luther ontstond het protestantisme, dat zich afscheidde van de kerk van Rome. Luther heeft veel betekent voor de ontwikkeling van de Duitse taal, maar hij had ook minder aangename trekken. Zo was hij fanatiek anti-joods en keerde hij zich fel tegen de opstand van onderdrukte boeren. Die giftige kant in zijn karakter werd vermoedelijk versterkt door de talloze kwalen waaraan hij leed, waaronder jicht.

 

Bestond Nederland in de tijd van Roorda (rond 1550)? 

Kaart van de Nederlanden en de 17 provincieën van rond 1550

Ja en nee. ‘De lage landen’ was een verzamelnaam van verschillende gewesten (graafschappen, hertogdommen, bisdommen). De meeste van die gewesten waren door huwelijk en overervering in het bezit gekomen van het huis van Bourgondië. Een deel van Bourgondië lag in Frankrijk en een deel hoorde bij het Heilige Roomse Rijk, maar het centrum was hoe langer hoe meer in het Noorden komen te liggen, in het rijke Vlaanderen, met steden als Gent, Brussel, Antwerpen en Brugge. Ook de noordelijke provincies behoorden op een bepaald moment tot het Bourgondische Rijk. Friesland werd gekocht van de hertog van Saksen en als laatste kwam het hertogdom Gelre (Gelderland) bij de zeventien provincies. Maar tegen die tijd was het huis van Bourgondië al overgegaan in dat van Habsburg (zie Bourgondië en Habsburg). In de Middeleeuwen hoorden de Nederlandse gewesten formeel bij het Heilige Roomse Rijk, maar de Duitse keizer had hier weinig te vertellen. Nadat Karel de V via zijn vader de Bourgondische gewesten had georven – en dus Heer der Nederlanden was –  maar als Habsburger zijn grootvader als keizer opvolgde was de vraag waar die landsdelen nu precies bij hoorde. De Friese jurist Viglius van Aytta, die een belangrijke rol speelde in het bestuur van Karel V, en later in dat van zijn zoon Filips II, stelde juridisch vast dat de Nederlanden tot de Bourgondische Kreits hoorde en dus wat wetgeving betrof niet meer ondergeschikt waren aan het Heilige Roomse Rijk. Daarmee legde hij de basis voor de zelfstandigheid van de Nederlanden. Door de protestantse opstand tegen Filips II – die ook koning van Spanje was, dreigden de zeventien provincies zich ook los te maken van het huis Habsburg. Die opstand onder Willem van Oranje (een oud raadsman van Filips) lukte maar ten dele: in de Tachtigjarige Oorlog werden de Noordelijke Zeven Provinciën een zelfstandige republiek, maar de Zuidelijke Nederlanden bleven onder Habsburg – eerst de Spaanse, later de Oostenrijkse Habsburgers.

 

Wie was de jood Rodrigues uit Antwerpen?

Een verzinsel van de auteur. Hij staat in de voorstelling in feite voor twee zaken: het jodendom (en de vrijheid van godsdienst) en voor het stadsbestuur van Antwerpen. Nadat de grootouders van Karel de V (de ‘katholieke koningen’ Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië) erin geslaagd waren om de Moren als laatste islamieten uit het Zuiden van Spanje te verdrijven kregen ook de vele joden die daar woonden het moeilijk. Onder de Moren leefden ze betrekkelijk ongestoord en werden zelfs gerespecteerd, maar de katholieke Spanjaarden dwongen hen om zich of te bekeren, of om te emigreren – als ze al niet werden gedood. Veel joden weken uit naar Vlaanderen en (later) naar de Noordelijke Nederlanden. Vooral in de handel werden ze in de grote (haven)steden gewaardeerd en ongemoeid gelaten. Veel steden hadden sinds de late Middeleeuwen hun eigen regels en wetten, maar dat stond niet zelden op gespannen voet met de landsheer. Karel V bijvoorbeeld had geld nodig voor de vele oorlogen die hij moest voeren en om een meer gecentraliseerd bestuur van de grond te krijgen. In Gent had hij het verzet gebroken door meerdere kooplieden en bestuurders terecht laten stellen. Daarop kozen ook andere steden eieren voor hun geld. Behalve koopman is Rodrigues ook medebestuurder van de stad Antwerpen en in die hoedanigheid komt hij als afgezant van de stad aan de landsheer vertellen dat de opgelegde belastingen betaald kunnen worden.